© Stijn Bollaert
476

Kazerne Dossin

Mechelen
Opdrachtgever: 
Vlaamse Gemeenschap
Projectarchitect: 
bOb Van Reeth
Projectteam: 
bOb Van Reeth, Bob Van Abbenyen, Marco Arts, Dirk Pauwels, Vicente Serra Sirerol, Jonas Van De Walle.
Periode: 
2007-2009 (ontwerp), 2010-2012 (uitvoering)
Functies: 
onderwijs, cultuur
Programma: 
Nieuwbouw van een museum: museumruimtes, bureau, educatieve ruimtes en cafetaria (6.093 m²). Renovatie bestaand kazernegebouw: memoriaal en documentatiecentrum, kantoor- en archiefruimtes (1.650 m²).

Kazerne Dossin – Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over de Holocaust en Mensenrechten. Vanuit de Dossinkazerne werden in de Tweede Wereldoorlog 25.835 mensen (25.484 Joden en 351 zigeuners) gedeporteerd naar concentratiekampen in Duitsland en Polen. Daarom is de hele site geen ‘gewone’ museale locatie maar een ‘plaats van herinnering’. 

In het gerenoveerde kazernegebouw is dan ook een uitgebreide memoriaalruimte voorzien. Deze ruimte, de meest publieke, neemt een deel van het gelijkvloers in en gaat door tot in de kelder van het kazernegebouw. Deze laatste is een donkere ruimte en blijft behouden zoals het was. De rest van de voorvleugel is ingevuld met werk- en onderzoeksruimtes,  een documentatiecentrum met bibliotheek, archief en documentatieplaatsen, vergaderruimtes en overige faciliteiten. Naast de verbouwing van de voorvleugel, is de gevel van het volledige kazernegebouw gerenoveerd en als geheel hersteld.
Het nieuwe museum bevat een permanente tentoonstelling maar maakt ook ruimte voor een historische kadering en voor actuele onderwerpen als genocide en burgeroorlog. Voor dit alles is de voorvleugel van het kazernegebouw te klein. Anders dan men zou denken is het museum niet in het gebouw zelf, de plek waar het gebeurde, ondergebracht, maar moet ruimte worden gezocht op de plek van het tegenoverliggende arresthuis. Het plein tussen beide gebouwen, belast met een verkeersknooppunt, realiseert de verbinding.

De fragmenten van het oude arresthuis worden opgenomen in een nieuwe muur rondom het museum en als afscherming voor het plein. Deze muur volgt de contouren van het terrein en is de verderzetting van de oude stadsmuur.
Het nieuwe gebouw staat deels binnen en deels op deze muur. Waar het niet op de muur rust, staat het op gietijzeren kolommen. Tussen gebouw en muur zit een glazen dak dat licht op de gelijkvloerse verdieping brengt. Er wordt ingezet op een monoliet, neutraal en flexibel volume, opgebouwd uit 3 gelijke vloeren en een dakverdieping. Twee trappen verbinden de zalen die zijn verduisterd. Het licht sijpelt via de open trapzones van boven naar beneden door. Op de bovenste verdieping bevindt zich het auditorium, een bezoekersruimte en een decompressieruimte in open lucht. Van op het rondlopende balkon kan men terugkijken naar de kazerne. 

Tussen het gerenoveerde kazernegebouw en het nieuwe museum wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht waardoor beide gebouwen met elkaar worden verbonden en een herkenbare gemeenschapsplaats wordt gevormd in de stad. De weg tussen de twee gebouwen wordt herleid tot een minimum. De footprint van de muur waarop het nieuwe museum wordt gebouwd, wordt op maaiveldniveau herkenbaar doorgezet tot aan het hoek van het kazernegebouw. Vanaf die hoek wordt het een keermuur tegen het verkeer en beschermt het de bezoekers vanaf de parking naar het plein. De bestaande uitvalsweg vanuit de binnenstad tot op de ringweg blijft bestaan, maar beperkt door een gedeeltelijke opening in deze wand. 
De gedenkplaten aan de kazernegevel en het monument blijven ter plaatse. Van de beplanting wordt de prachtige treurwilg bewaard. Vier van de oude geknotte lindes, die achter het voormalige arresthuis getuige waren van de laatste publieke executie van oorlogsmisdadigers in België, komen als stille getuigen op het plein te staan.