© Harold Koopmans
466

Leegkerk

Groningen
Opdrachtgever: 
Stichting Oude Groninger Kerken
Projectarchitect: 
Jan Verrelst
Projectteam: 
Jan Verrelst, Gill Bruggeman, Maarten Verdonschot, Marijn Wittevrongel.
Periode: 
2009-2012 (ontwerp), 2012-2013 (uitvoering)
Functies: 
cultuur, onderwijs, reconversie
Programma: 
Herbestemming van de historische kerk van Leegkerk.

Verbouwing van het interieur van de kerk van Leegkerk met een nieuwe educatie-/expositieruimte, een vergaderruimte en faciliterende ruimtes in, op en rond een gouden kubus die los in de monumentale kerk is geplaatst.


Het uit de dertiende en zestiende eeuw stammende rijksmonument - oorspronkelijk als plek voor contemplatie, samenkomst en toevlucht op een hoger gelegen wierde - is onlosmakelijk verbonden met het Groninger landschap en haar bewoners. De Stichting Oude Groninger Kerken en Bijzondere Locaties Groningen zagen voor de Leegkerker kerk een nieuwe functie weggelegd als ankerplaats voor beleving van het omliggende typische Groninger landschap en haar (cultuur)historie. De kerk moest – met behoud van het ‘traditionele’ meervoudig ruimtegebruik voor maatschappelijke, culturele en spirituele activiteiten - opgenomen worden in een (boven)regionaal recreatief en educatief netwerk. De omvang van het voorzieningenniveau en de kwaliteit ervan – zowel technisch als ‘gevoelsmatig’ – moesten op een hoog niveau worden gebracht. awg architecten heeft hierop een nieuw interieur ontworpen dat deze ambitie waar kan maken en een nieuwe betekenisvolle laag toevoegt aan de lange geschiedenis van de kerk. 

In het ontwerp is gestreefd naar de vormgeving van een meervoudige functionaliteit. De noodzakelijke (banale) toevoegingen die nodig zijn om het gebruik van het kerkje te ondersteunen werden ondergebracht in een zo compact mogelijk losstaand volume: een gouden kubus, als ware het een schatkistje, een schrijn. Nieuwe (draaibare) gouden kasten tussen schip en koor functioneren als flexibele ruimtescheiding. Dankzij deze toevoegingen wordt weer volop plaats geboden aan modern waardevol gebruik. Door een centrale plaatsing van de kubus, los van de wanden, wordt de ruimtelijke beleving van de bestaande kerkruimte maximaal gewaarborgd en worden functionele zones gedefinieerd. De situering van de educatie-/expositieruimte boven op het volume, ontsloten door een bijna monumentaal trapje, geeft uitdrukking aan het bredere bereik van deze functie. Van op dit ‘balkon/podium’ kan men de kerkruimte alsook het Groninger landschap overzien en vanuit een ander perspectief beleven.

In het begin was er geen sprake van goud. De kubus moest vooral een juweeltje, een schatkistje, een schrijn worden. Niet om uitdrukking te geven aan de waardevolle inhoud van de kubus. Maar juist omgekeerd om de omgeving waarin de kubus staat op waarde te schatten en te weerspiegelen. 
De gouden kleur van het materiaal, een koper-aluminiumlegering, is het resultaat van de zoektocht naar een materiaal dat refereert aan kerkelijke architectuur, een rijk en warm karakter heeft, dat de ruimte verlicht (door weerspiegeling en reflectie), een materiaal dat het zuivere en waardevolle symboliseert, iets mysterieus in zich draagt en de kracht heeft aan te trekken en te intrigeren.